Merel opende haar ogen langzaam, als iemand die pas na het ontwaken beseft dat ze nog steeds droomt. Haar lichaam lag in een warme kuil van dekens, een stil, besloten nest van zachtheid. Buiten hoorde ze het kraken van verse sneeuw onder voeten. Binnen hing de geur van gebrand hout, sinaasappel en iets met leer.
Ze strekte zich uit, haar spieren protesteerden zacht. Elk deel van haar lijf herinnerde zich wat er was geweest. Niet met pijn, maar met die zeldzame, diepe vermoeidheid die alleen komt na overgave.
Hey mannen, deze oproep is echt alleen bedoeld voor oudere mannen. Ik hou van gangbangs en om hard genomen te worden door oudere mannen, zonder verplichten. Interesse? Stuur me een berichtje en wie weet kan je me harige kutje likken 😉
Ze draaide haar hoofd en zag hem: Joost. Zittend bij de open haard. Een wollen deken om zijn schouders. In zijn handen een kop stomende koffie. Zijn ogen — donker, gefocust — op haar gericht. Niet als een bewaker. Eerder als een schrijver die zijn personage niet durft te onderbreken.
“Je hebt geslapen als een godin,” zei hij zacht. Zijn stem was schor van de kou. Of van wat geweest was.
Ze ging rechtop zitten, haar deken gleed een stukje omlaag. Hij keek niet weg. Ook niet gretig. Maar met een stille erkenning. Alsof haar naaktheid niet een verrassing was, maar een beloning.
Joost stond op, reikte haar een tweede mok aan. Zijn vingers raakten de hare — warm, stevig, ruw. Niet uit noodzaak, maar uit keuze.
“Ik heb de anderen horen vertrekken. Ze gaan naar de top vandaag,” zei hij.
“En jij?” vroeg ze.
“Blijf hier. Tot jij besluit dat je genoeg warmte hebt.”
Ze glimlachte. Niet koket. Niet dankbaar. Maar met een rust die haar vreemd was.
Ze stond op, sloeg het deken om haar lijf, liep blootsvoets naar het raam. De sneeuw schitterde in het vroege zonlicht. De bomen stonden stil. Geen vogels. Geen stemmen.
Achter haar voelde ze zijn aanwezigheid groeien. Eerst alleen in zijn adem. Toen in de ritseling van zijn kleding. Ze draaide zich niet om. Niet nodig. Ze wist dat hij dichterbij zou komen.
Zijn hand kwam naast de hare op het raamkozijn. Zijn borst net achter haar rug. Geen aanraking. Alleen belofte.
“Ik heb je gezien vannacht,” zei hij.
“Ik weet het,” antwoordde ze.
“Maar ik heb je niet aangeraakt zoals ik wilde.”
Ze zweeg. Haar huid sprak wel.
Joost leidde haar naar het midden van de kamer. Geen haast. Zijn hand gleed over haar rug, traag, alsof hij de contouren van een onbekend eiland tekende. Ze liet zich zakken op het berenkleed dat nog lag waar het was gevallen. Hij hurkte naast haar, zijn ogen op haar gezicht, niet op haar lichaam.
“Mag ik je leren zoals jij vannacht ons hebt laten voelen?”
Ze knikte. Eén keer. En legde haar handen in haar schoot, alsof ze een offer bracht.
Wat volgde was geen vrijpartij. Geen spel. Geen explosie.
Het was een studie.
Hij raakte haar lippen aan met zijn duim. Trok lijnen over haar schouders, haar sleutelbeen, haar knieën. Elke aanraking was een vraag, elke zucht van haar een antwoord.
Tijd bestond niet meer. Alleen ritme. Zijn vingers volgden de bochten van haar zij als een rivier. Zijn mond vond haar hals, haar oor, haar pols. En zij — ze liet het gebeuren. Zonder haast. Zonder doel. Alleen met gevoel.
Op een gegeven moment lag ze op haar buik, zijn handen op haar rug, haar ademhaling diep en zwaar. Hij zat op zijn knieën boven haar, de zon viel in strepen over haar huid. Zijn hand gleed door haar haren, en met elke beweging nam hij meer bezit. Niet fysiek. Maar energetisch.
“Je bent prachtig als je stil bent,” fluisterde hij.
“Ik voel me echt,” antwoordde ze.
Later, toen de zon hoog stond en hun lichamen dampend waren van nabijheid, hielp hij haar in bad. Niet uit romantiek. Maar omdat ze het verdiend had.
Het houten bad stond naast het raam. Hij goot warm water over haar rug, streek een washand over haar benen, haar voeten. Geen van beiden sprak. Hun blikken waren voldoende.
Toen ze uitstapte, droogde hij haar af met een linnen doek. Drapeerde een nieuwe trui over haar schouders. Ze ging weer bij het vuur zitten, in zijn shirt, haar benen opgetrokken.
Joost pakte zijn jas.
“Waar ga je naartoe?” vroeg ze.
“Naar buiten. Voor hout. En om te zorgen dat je, als je straks alleen bent, alles nog hoort branden.”
Ze knikte. Hij boog zich voorover, kuste haar voorhoofd. Geen bezit. Geen belofte. Alleen respect.
En toen was ze weer alleen.
Maar deze keer voelde het niet leeg.
Alleen vol.
Vol herinnering. Vol energie.
Vol van zichzelf.