Merel had pas een maand in haar nieuwe woning gewoond. Een hoekhuis aan de rand van een rustige wijk, met nette heggen, fietspaden en de geur van versgebakken kerststol uit open keukens. De muren waren nog kaal, dozen stonden her en der, maar het voelde al van haar.
Ze werkte veel thuis. Dagen achter haar laptop, ramen open, kaarsen aan. Haar wereld was stil — op een prettige manier. Maar af en toe ving ze geluiden op. Gelach door een open raam. Een songtekst meegezongen op het balkon. En vooral: beweging op zolder, aan de overkant.
Tussen ons: mijn ex is nu actief op deze site en laat zich elke avond anoniem volspuiten door mannen uit haar buurt. Ze filmt alles en stuurt het terug. Geen condoom, geen regels.
De buurvrouw.
Jong. Blond. Altijd in leggings of met haar haar opgestoken in een knot die niet bedoeld was voor stijl, maar voor gemak. Ze groetten elkaar vriendelijk bij het uitlaten van de vuilniszak of tijdens het krabben van autoruiten.
Meer niet. Tot die ene avond.
Het was drie dagen voor kerst. Buiten waaide een gure wind. Binnen had Merel haar lichten gedimd, een wijntje ingeschonken, en een playlist met lo-fi kerstversies aangezet. Ze stond op het punt om cadeaus in te pakken — chocolaatjes, een boek voor haar zus, parfum voor haar moeder. Op de eettafel lagen rollen papier, strikken, gouden linten.
En dan…
beweegt iets haar aandacht naar buiten.
Het zolderraam van de buurvrouw staat op een kier. Dat op zich is niet vreemd — maar het gordijn is niet dicht, en het licht binnen is fel. Te fel voor sfeer. Precies fel genoeg om silhouetten te tonen. Details.
Ze blijft even staan. Kijkt. Haar glas in haar hand. Ogen gericht op het raam.
Binnen loopt de buurvrouw heen en weer. Blijkbaar ook bezig met cadeaus — maar in lingerie.
Niet zomaar lingerie.
Rood kant. Kerststrik. Kousen.
Merel fronst. Lachje. Haar eerste reactie is om weg te kijken. Dit is privé. Dit hoort ze niet te zien. En toch…
Ze schuift iets opzij op de vensterbank. Leunt tegen het koude glas. Een tweede slok wijn. En dan: beter zicht.
De buurvrouw heeft een kleine spiegel op haar logeerkamer gezet, schuin tegenover het raam. Ze draait rond, bekijkt zichzelf van alle kanten. Maakt een foto. Nog een. Ze trekt het kantje iets strakker over haar billen. Laat een lint van haar schouder glijden. Buigt voorover.
Merel voelt haar adem veranderen. Haar hart klopt harder. De hand waarmee ze een lint om haar eigen kerstcadeau wilde strikken, ligt nu stil. Haar ogen blijven hangen op dat lichaam, dat zich opent als een cadeau — niet voor iemand anders, maar voor zichzelf.
Of voor een camera.
De buurvrouw zet haar telefoon op een statief. Drukt op een knop. Merel ziet het lampje oplichten. Rood. Opname.
Ze begint te bewegen. Niet dansen. Geen routine. Maar een traag ritueel van uittrekken en opnieuw aankleden. Ze haalt een tweede set lingerie uit een kersttas. Wit met glitters. Engelenvleugeltjes. En probeert die ter plekke aan. Zonder zich te verstoppen.
De gordijnen blijven open. De lamp blijft aan.
Het is alsof ze wéét dat iemand kijkt.
Merel zakt langzaam op haar knieën voor het raam. Haar handen liggen in haar schoot. Maar haar ademhaling verraadt alles. Ze is betrapt — door zichzelf. Door haar verlangen om te kijken. Om te blijven kijken. Om niets anders te doen dan kijken.
Ze drinkt nog een slok wijn. Haar andere hand glijdt onder haar trui. Langzaam. Zonder haast. Over haar buik. Haar borst. Ze kijkt naar het raam alsof het een scherm is. Maar ze weet: dit is geen fantasie. Dit is echt. Hier. Nu.
De buurvrouw gaat door. Ze lacht. Draait rond. Zit op haar knieën op het bed. Gooit een kussen tegen de muur. En dan — ineens — kijkt ze naar buiten.
Recht in Merels richting.
Even. Niet te lang.
Maar precies genoeg om alles te laten stoppen.
Merel bevriest. Haar hand op haar huid. Haar ogen wijd. Maar de buurvrouw glimlacht. Tikt met haar vinger op het raamkozijn. En draait zich weer om.
Geen paniek. Geen sluitende gordijnen. Alleen dat ene gebaar: ik weet het.
De rest van de avond beweegt langzaam. Merel pakt geen cadeaus meer in. Ze zit op de bank, voeten onder zich gevouwen, een tweede glas wijn in haar hand, en het beeld van dat lichaam — in rood, in wit, in openheid — op haar netvlies gebrand.
Wanneer ze haar tanden poetst en haar eigen trui over haar hoofd trekt, voelt ze haar huid tintelen. Alsof er iets aangeraakt is wat lang heeft geslapen. Niet door vingers. Maar door blikken.
Voor het slapen kijkt ze nog één keer uit haar raam. Het licht is uit. Het gordijn dicht. De scène voorbij.
Maar haar lichaam…
dat blijft aan.
De volgende ochtend ligt er een klein doosje voor haar deur. Geen kaartje. Alleen een rood strikje erbovenop.
Binnenin: een miniatuurflesje glijmiddel met kerstgeur. Kaneel en sinaasappel.
Merel glimlacht.
En weet: volgend jaar is ze weer thuis met kerst.
Maar met andere wensen onder de boom.