Een vrouw in ballingschap. Zeven vreemden. Eén spel van vertrouwen en verleiding. Midwinter. Een houten chalet in de bergen, ver van de wereld. Binnen brandt een vuur. Buiten huilt de wind.
Sneeuwwitje is ondergedoken — gevlucht voor de jaloerse koningin. De Zeven mysterieuze mannen met elk hun eigen karakter hebben haar opgenomen in hun verborgen domein. Maar niets in dit huis is vrijblijvend.
Sneeuwwitje
– Slim, schijnbaar naïef, maar met stille kracht
– Gedwongen zich over te geven, maar zoekt de controle
– Verleidt zonder het te zeggen
Mijn buurvrouw heeft een regel: je mag haar neuken, maar alleen als je op haar gezicht klaarkomt. Haar profiel staat hier. Ze wacht op je.
De Zeven (elk met een archetype)
De Leider – zwijgt vaak, kijkt lang, oordeelt scherp
De Dromer – raakt zonder te denken, fluistert verlangens
De Strateeg – plant alles, ook aanrakingen
De Onschuldige – durft nauwelijks te kijken
De Provocateur – daagt uit, neemt risico
De Schaduwwerker – duikt op waar niemand kijkt
De Spiegelaar – zegt niets, maar doet alles na
(De haard knettert. Sneeuwwitje staat in een dunne wit linnen jurk. De Zeven zitten verspreid, elk in stilte.)
De Leider:
“Als je hier blijft, deel je meer dan onderdak.”
Sneeuwwitje:
“Wat bedoel je?”
De Strateeg:
“Alles is hier zichtbaar. Zelfs wat jij nog niet kent van jezelf.”
De Provocateur (grijnzend):
“En wij kijken. Maar raken pas… als jij dat durft.”
Sneeuwwitje (zacht):
“En als ik stil blijf?”
De Spiegelaar (fluistert):
“Dan raken wij jouw stilte aan.”
(Een kamer vol spiegels. Eén kaars. Sneeuwwitje wordt binnengeleid, alleen. De Zeven kijken toe door spleten, zonder haar te zien.)
Sneeuwwitje (monoloog):
“Waarom voel ik me bekeken, als ik alleen ben?”
(Ze draait zich langzaam rond. Haar handen op haar huid. Ze ziet zichzelf — zeven keer — in elke spiegel anders.)
“Wie ben ik, als niemand me aanraakt?”
(De Onschuldige komt binnen, zwijgend. Hij reikt haar een doek. Zij wikkelt zich in het rode fluweel.)
Sneeuwwitje:
“Jij raakt niets aan.”
Onschuldige (fluistert):
“Ik voel alles zonder te hoeven grijpen.”
(Alle Zeven zitten in een cirkel. Sneeuwwitje in het midden, met gesloten ogen.)
De Dromer:
“Welk deel van jou verlang je terug?”
Sneeuwwitje:
“Het deel dat werd weggekeken.”
De Schaduwwerker (achter haar):
“Wij zien wat werd genegeerd.”
De Provocateur:
“En nemen wat je nooit durfde geven.”
Sneeuwwitje opent haar ogen.
Sneeuwwitje:
“Dan geef ik het nu. Zonder naam. Zonder schaamte.”
(Ze reikt haar handen uit. Eén voor één raken ze haar vingers aan — in stilte. Geen chaos. Alleen ritme. Beurtelings. Herkenning.)
(Het vuur is bijna uit. Sneeuwwitje ligt onder een warme deken. Eén voor één komen de Zeven bij haar zitten — niet om te nemen, maar om te blijven.)
De Leider (fluistert):
“Vanaf vannacht… ben je van niemand.”
Sneeuwwitje (stil):
“En dus eindelijk van mezelf.”